|
|
Examenrendementen: invoer
|
|
||
|
|
|
|
||
|
invoer
|
VoorbereidingSinds versie 6.10 beschikt ProgRESS over extra mogelijkheden om zelf studenten in te delen bij cohorten, los van de centrale inschrijfgegevens. Voor elke opleiding waarvoor een student staat ingeschreven, kan een faculteit drie cohortaanduidingen invoeren voor resp. de propedeutische, doctorale en tweede fase. Deze zgn. facultaire cohortvelden zijn bij de implementatie van het systeem van standaardrapportages voorzien van gegevens. Voordat de berekening van examenrendementen wordt uitgevoerd, kiest u in ProgRESS menu H.2.9. Daarin geeft u aan dat u voor de berekeningen wilt werken met propedeusecohorten, door een P in te voeren in het invulveld. Ga daarna verder met de berekening van examenrendementen en uitvalpercentages. Invoer bij propedeuserendement en studierendementDe berekening van de examenrendementen en uitvalpercentages gebeurt in menu H.2.3.1 van ProgRESS. Twee van de drie examenrendementen worden op basis van de propedeuse-instroom berekend, nl. het propedeuserendement en het studierendement. Dit is het invoerscherm voor de berekening van de propedeuserendementen na een jaar.
Voor de berekening van het propedeuserendement kiest u voor een periode van een jaar, zoals hierboven, of voor een langere periode. Hiervoor zijn bij de implementatie facultaire afspraken gemaakt. Door bij de fase-aanduiding de letters PH te laten staan, levert de uitvoer niet alleen het propedeuserendement (P) op, maar ook het studierendement (H). Voor de berekening van studierendementen is het nodig om een periode van minimaal vier jaar te nemen. De staplengte bepaalt de grootte van het interval in maanden tussen opeenvolgende berekeningen (zie uitvoer). Invoer bij postpropedeuserendementHet postpropedeuserendement is het doctoraalrendement dat berekend wordt op basis van de doctoraal-instroom. Voordat u dit kunt berekenen, moet u in menu H.2.9 aangeven dat u wilt werken met doctoraalcohorten, door een D in te voeren in het invulveld. Daarna gaat u terug naar menu H.2.3.1 en vult u het invoerscherm als volgt in.
Aan het invoerscherm is dus te zien dat er gewerkt wordt met D-cohorten en niet met P- of F-cohorten, doordat de tekst "Welke Doctoraal cohorten" verschijnt. Bij het werken met CSA-cohorten (universitaire versie) luidt de vraag: "Welke cohorten". In bovenstaand voorbeeld is gekozen voor een berekening over een periode van vijf jaar. Tenslotte is er ook hier voor gekozen om de fase-aanduiding PH te laten staan. Dit zorgt ervoor dat bij de uitvoer niet alleen het doctoraalrendement (H) van het gekozen cohort verschijnt, maar dat van studenten die voorwaardelijk tot de doctorale fase waren toegelaten, ook het propedeuserendement (P) verschijnt. De uitvoer zal dit verduidelijken. |
|