|
|
Verbeteringen en vernieuwingen
|
|
|
|
|
|
|
ProgRESS verbeterd
|
In versie 6.10 van ProgRESS zijn enkele belangrijke aanvullingen en verbeteringen aangebracht. De meest in het oog springende vernieuwingen komen hieronder aan bod, waar mogelijk aangevuld met enkele voorbeelden van het praktische gebruik. Een belangrijke toepassing is de mogelijkheid om op een eenvoudige manier betrouwbare basisinformatie over het onderwijs te geven in de vorm van standaardrapportages. Uitgebreidere informatie over deze vorm van informatievoorziening vindt u in de beide rapporten over standaardrapportages, die u bij het COWOG kunt bestellen. Facultaire cohortvelden (alleen RuG versie)Er is in ProgRESS een voorziening getroffen om bij faculteiten cohortinformatie van studenten vast te leggen in zgn. facultaire cohortvelden. Voor elke opleiding waarvoor een student staat ingeschreven, kan een faculteit drie cohortaanduidingen invoeren voor respectievelijk de propedeutische, doctorale en tweede fase. Net als de andere cohortaanduidingen in ProgRESS bestaan deze facultaire cohortvelden uit vier posities voor een jaartal en drie posities voor een cohortcode. Het zijn echte cohortvelden (in tegenstelling tot de al bestaande mogelijkheid in ProgRESS om studenten te etiketteren met behulp van zeven codevelden). Dat betekent dat ze gebruikt kunnen worden bij het berekenen van rendementen, gerealiseerde studielasten e.d.
praktisch gebruik Bewaren van deelpopulatiesProgRESS biedt in menu H.4 al heel lang de mogelijkheid om het totale studentenbestand door het invullen van selectiecriteria te beperken en vervolgens analyses op deze zgn. deelpopulatie uit te voeren. Nieuw in versie 6.10 is de mogelijkheid om zowel de selectiecriteria als de deelpopulatie als bestand te bewaren. Deze kunnen in de meeste menu's van ProgRESS opgevraagd worden voor nadere analyse. Doordat de deelpopulatie nu ook bewaard wordt, leveren de analyses ook wanneer ze maanden later opnieuw uitgevoerd worden, altijd dezelfde betrouwbare uitkomsten. Vóór versie 6.10 was dat niet altijd het geval, door allerlei tussentijdse wijzigingen in de studentgegevens.
praltisch gebruik Geprogrammeerde studielast invoerenDe geprogrammeerde studielast is de studielast die de ideale student in een bepaalde facultair vast te leggen periode behoort te realiseren, om op tijd zijn studie te kunnen voltooien. Deze studielast wordt in ProgRESS opgeslagen. Vóór versie 6.10 van ProgRESS moest voor ieder cohort voor elke onderscheiden periode deze studielast worden vastgelegd. Voor grote faculteiten met veel studierichtingen was dit een omvangrijke klus. Vanaf versie 6.10 is dit vereenvoudigd. Het is mogelijk geworden om een aantal patronen van meetpunten te definiëren. Vervolgens hoeft alleen nog aangegeven te worden voor welke cohorten zo'n patroon geldig is. Hetzelfde patroon hoeft dus niet langer voor ieder cohort opnieuw ingevoerd te worden. Dit is een aanzienlijke besparing van de hoeveelheid werk. |
|