Standaardrapportages
|
ProgRESS biedt verschillende mogelijkheden om het onderwijs kwantitatief te analyseren. Van deze mogelijkheden zijn er zes met name geschikt om op vaste tijdstippen in het jaar door een onderwijsbureau geleverd te worden. Bij een goede implementatie van zo'n rapportagesysteem brengt dat weinig extra werk voor het onderwijsbureau met zich mee. Deze zes standaardrapportages zijn achtereenvolgens een indicator voor de doorstroming door het onderwijsprogramma, voor mogelijke knelpuntvakken of voor mogelijke probleemstudenten. Deze volgorde is niet willekeurig. Als uit de eerste soort analyses blijkt dat de doorstroming door een studieprogramma niet in orde is, dan kan de tweede soort analyses gebruikt worden om mogelijke knelpuntvakken aan te wijzen. Beide soorten informatie zijn met name van belang voor opleidingsdirecteuren en opleidingscommissies. De derde soort informatie over mogelijke probleemstudenten is met name interessant voor studieadviseurs om de vinger aan de pols te houden.
Indicatoren voor doorstroomproblemen
- examenrendementen en uitvalpercentages
Deze geven een globale indicatie van de doorstroming door een studieprogramma. Er kunnen drie soorten examenrendementen worden onderscheiden: het propedeuserendement, het postpropedeuserendement (= doctoraalrendement op basis van doctoraalinstroom) en het studierendement (= doctoraalrendement op basis van propedeuse-instroom). Dankzij de verbeteringen in versie 6.10 van ProgRESS kunnen al deze rendementen nu op vrij eenvoudige wijze berekend worden. Ook de postpropedeuserendementen.
-
gerealiseerde studielast
Dit is een nauwkeuriger indicator van de doorstroming dan de examenrendementen. Van de geselecteerde cohorten wordt voor een bepaalde periode berekend hoeveel studiepunten de studenten hebben behaald. Bovendien wordt dit totaal vergeleken met het aantal studiepunten dat maximaal behaald had kunnen worden in die periode. Deze analyse is een belangrijke aanvulling op de examenrendementen.
-
doorstroomprofielen
Dit zijn tabellen die van de geselecteerde cohorten aangeven hoe de gerealiseerde studielast in een bepaalde periode over de studenten is verdeeld. Dus bijvoorbeeld: het aantal studenten met minder dan 10 punten, tussen de 10 en de 20 punten, enzovoort. Doorstroomprofielen maken het mogelijk om het studietempo van cohorten te bewaken en om tijdig signalen van de studievertraging van hele cohorten te verkrijgen.
Indicatoren van knelpuntvakken
-
slaagpercentages per studieonderdeel
Deze berekeningen laten zien hoe studenten in een bepaalde periode hebben gescoord op de geselecteerde vakken. Van elke tentamenkans in de gekozen periode worden de slaagpercentages berekend. Lage slaagpercentages kunnen een indicator voor een knelpuntvak zijn.
-
toetspogingen bij studieonderdelen
Dit zijn tabellen die laten zien hoeveel studenten in een bepaalde periode voor de geselecteerde vakken voldoende hadden aan één tentamenpoging, hoeveel er twee nodig hadden, enzovoort. Veel studenten die veel toetspogingen nodig hebben, kunnen een indicator voor een knelpuntvak zijn.
Indicator voor probleemstudenten
-
gerealiseerde studielast van studenten
ProgRESS biedt studieadviseurs veel mogelijkheden om de vorderingen van studenten te bewaken. Een analyse die eenvoudig door de onderwijsadministratie is te maken, is het berekenen van de gerealiseerde studielast in een bepaalde periode voor een cohort studenten. Deze lijst geeft per student de behaalde studiepunten en markeert alle studenten die onder een vooraf afgesproken grens blijven. Dit is een snelle indicatie voor studenten die te traag studeren en dus mogelijk studieproblemen hebben.
Aan elk van de standaardrapportages is een gedeelte van de website gewijd. Daar wordt met behulp van schermvoorbeelden uitgelegd hoe u deze zes standaardrapportages moet berekenen. Daar vindt u ook voorbeelden van de uitvoer die ProgRESS levert en hoe u deze moet interpreteren.
|
|